Mascotte

 


Voor
commentaar etc.:

 

 

De Sniffdas

Al geruime tijd is de sniffdas (Meles meles Sniffius) de mascotte van DIAK’72.

Tijdens de jaarlijkse fietstocht wordt dan ook driftig naar een in het wild levend exemplaar gezocht. Helaas is het nog niet gelukt er een te vangen.

Aangezien de vereniging al méér dan 25 jaar bestaat zouden wij graag in het bezit willen komen van een levend exemplaar dan wel een goede foto van het dier in zijn natuurlijke omgeving. Een ieder die ons in deze wil helpen zijn wij erg dankbaar. Een goede tekening zal ook al een stap voorwaarts zijn.

Tot op de dag van vandaag is enkel zijn signalement bij de vereniging bekend:

Hij is zo groot als een gemiddelde hond maar heeft zeer korte poten. De romp is peervormig met een korte gekrulde staart. De stekelige pels is ‘s zomers geel en in de winter sneeuwwit. De vooruitstekende onderkaak, de zogenaamde centenbak, gebruikt hij om het niet opgesnifte snot op te vangen, hetgeen hij vanuit zijn schuilplaats, de dakgoot, op niets vermoedende voorbijgangers kan storten.

Compositie tekening sniffdas

Zijn vreetgedrag is onbeperkt doch is verzot op PVC, zink en algen. Hij drinkt echter alleen gootwater. Door het kauwen op pijpen van HR-ketels scherpt hij zijn gebit.

Schedel van de sniffdas   

Zijn verspreidingsgebied is het gelegen in het gebied tussen Hotel het Landhuis in Oldenzaal en De Lutte.

Hij is vooral in de schemering aktief, verplaatst zich razendsnel daarbij het volgende geluid producerend: snif-snif-snif. Het beweegt stofzuigerachtig achterwaarts en behoort daardoor onmiskenbaar tot de groep van halvezoolgangers.

De sniffdas gesignaleerd in de omgeving van De Lutte 

Het is een solitair levend dier. Tijdens de baltsperiode (ca. 6 jaar) is het staartbijten een herkenbaar paringsritueel. Het paren geschiedt in tegenstelling tot andere zoogdieren door het vrouwtje. Zij maakt hierbij een snifachtig trompetgeluid terwijl het mannetje enkel zachtjes knort. De paring vindt bij voorkeur plaats in de goten van kerkgebouwen, pastoorswoningen en kloosters. De draagtijd is 7 tot 8 jaar.

Het vrouwtje werpt slechts 1 jong, naakt, ter grootte van een muis. De daaropvolgende zoogtijd bestrijkt minstens 5 jaar.

Het dier is beslist niet giftig en ongevaarlijk voor de mens. De laatste keren dat er een exemplaar hoorbaar is waargenomen betrof een dakgoot van het Landhuis en een woning aan de Spechtstraat in De Lutte al waar de enige sniffdas expert van het gehele westelijke halfrond woont.

De sniffdas in zijn natuurlijke habitat, de dakgoot  

Heeft u enige aanwijzing dan wel fotomateriaal laat het ons weten.

De sniffdas stamt af van een prehistorische diersoort, familie van de Hyracotherium (Eohippus). Van een latere voorouder is in een ijsmassa een volledig en gaaf exemplaar gevonden. Zie hieronder het opgezette exemplaar.