November 2010

 

[Up]

Voor
commentaar etc.:

 


Donderdag 18 november 2010: Fietstocht "Op zoek naar het zwijn"

onder bezielende leiding van onze veldbioloog Gerard Rosink.

                                             

Het verslag

Hallo Diakkers.

Hier het verslag van onze excursie: Op zoek naar het wilde zwijn.

Op donderdag 18 november vertrokken we om half drie vanaf het Landhuis.

Er werd druk gespeculeerd hoeveel Sus scrofa of evers oftewel wilde zwijnen we zouden zien.
In de Lutte werden Joop en natuurlijk onze veldbioloog, Suscrofakenner en jager Gerard,
lid van de zgn. Wildbeheerseenheid De Lutte, opgehaald.

We reden traditioneel in een hoog tempo en natuurlijk een flink eind om.
Gerard, onze specialist op vele gebieden, strooide hier en daar wat termen rond
over het te bespeuren dier.
We hoorden van een keiler (volwassen  man). De jagers noemen hem de houwer.

De biggen worden frislingers genoemd ( Duits: frischlinger, daar is het namelijk altijd kouder),

het vrouwtje gewoon de zeug (Duits: Zug).

Jullie begrijpen dat deze woorden tot het Jagerslatijn behoren.
Het is een soort geheimtaal voor de in het groen geklede en vaak welgestelde heren die het
wild beheren en na het omleggen van een beestje, een stukje vlees niet versmaden.



Vele jagers hebben hun oudste zoon dan ook Obelix genoemd. 

   

 

 

 

 

 

 

 

De  jagersgrappen  waren niet van de lucht.

Gerard vertelde: Een jager zit met een vriend die nog nooit op jacht is geweest in een
hoogzit. Er komt een wild zwijn uit het bos gestrompeld. Hij loopt op drie poten,
heeft één oog, een oor ontbreekt en hij is staartloos.
Z'n haar hangt naar beneden en zijn vel hangt er futloos bij.
De vriend zegt: Wat zielig. Waarop de jager zegt: Op deze  schieten we altijd.
Wij huiverden bij deze jagershumor.

Dat de jagerswereld meedogenloos en diervijandig is, bewijst wel de volgende zgn.grap
die jager G. ons vertelde.

Een jongen uit de stad ging voor de eerste keer naar een neef die een boerderij had.
Na een paar dagen op de boerderij rondgekeken te hebben, begon hij zich te vervelen.
Zijn neef merkte dat en zei tegen hem: neem mijn geweer en de honden mee,
dan kun je wat gaan jagen. De stadsjongen deed dat.

Na een paar uur kwam hij terug, zonder honden.
Op de vraag van zijn neef, hoe hij het gevonden had, zei hij:
Heel leuk, maar heb je nog een paar honden.

Na een stukje gefietst te hebben, arriveerden wij in de avondschemering bij een luguber
bord met de tekst "Deutsche Bundesrepublik". Gerard legde uit wat het betekende en
wees erop dat we vooral onze fietsen bij stalling goed op slot moesten zetten.

In een prieeltje langs de weg dronken wij een door het bestuur aangeboden Diakonadaatje.


We vervolgden onze weg nadat we Joop er van overtuigd hadden, dat we hem niet in de
steek zouden laten. Zijn unheimisch Gefühl verdween op slag.

We zochten een uitspanning op waar we een heerlijke bak koffie met een enorm stuk taart
gebruikten.


Toen ging het gebeuren. Gerhard sommeerde ons de lichten van de fietsen uit te schakelen
en stil te zijn. Via armgebaren zou hij de wilde zwijnen aanwijzen.

Via modderpaden gingen we het bos in. Gerhard gebaarde druk naar links, rechts en
rechtdoor. Achteraf verklaarde hij dat hij ons daarmee de goede kant uitwees.


Wisten wij veel, we dachten dat in de richting die hij aanduidde, de zwijnen te zien waren.
Gerhard zag meer dan ons deed vermoedden, want wij zagen niets.

We werden er verdrietig van en besloten naar de stationsrestauratie van Bentheim te gaan
om ons aldaar op het Duitse bier en eten te storten.


We dronken en aten ons over de teleurstelling heen. Bernhard werd tijdens het diner
officieel welkom geheten als Diakonada en legde de belofte af om als Diakonda te sterven.
Een mooi gebaar.

 
(over "Schweinestall" gesproken)

Tijdens het eten begon een speelgoedtreintje, vastgemaakt aan het plafond, plotseling te
rijden en het liet zelfs een merkwaardig gefluit horen. Der Zug donnerte vorüber.
Wat een sfeer.


We besloten terug te fietsen en kwamen na een zeer snelle fietstocht,
opgelucht bij het bord Nederland aan.

Vooral Joop, die niets en niemand vreest,
haalde opgelucht adem.


We namen nog een superklein Diakonadaatje op de goede afloop en sprongen op de fiets.

In het sprookjesdorp De Lutte, stapte Gerard plotseling van zijn fiets en wees druk gebarend. Een zacht en tevreden geknor bereikte onze oren.


Totaal perplex stonden wij daar als aan de grond genageld.
Gerard vertelde dat de zwijnen die we nu zagen Bentheimer Landschweine waren, die
zomaar in het weiland voor ons waren terecht gekomen.


Zeer onder de indruk van zoveel veldkennis, lieten wij Joop en Gerard achter, brachten
eerst Bennie thuis en arriveerden na een kleine 70 km gefietst te hebben, bij moeders.
Zoals gewoonlijk was het weer een gedenkwaardige Diakonadasdag.
We hebben vooral geleerd wat jagerslatijn betekent.      

                                                                   

 

De uitnodiging

Beste Diakkers,

Onze november activiteit, een zoektocht naar Wildschweine und Hirsche in het Bentheimer Wald wordt gehouden op donderdag 18 november 2010.

In verband met de vroeg invallende duisternis, rond 16:30 uur, vertrekken we afhankelijk van het weer, om 14:30 uur per auto of om 14:00 uur met de fiets vanaf het Landhuis.

Na het nuttigen van Kaffee mit Kuchen ergens an der Waldseite, vertrekken we te voet voor een stevige wandeling door het zich langzaam in het duister hullende Wald!

Benodigdheden: stevig schoeisel, eventueel een verrekijker, donkere kleding, hoed i.v.m de teken, geen deodorant of after shave, een mestgeurtje is aan te bevelen en een rol tape, want een aantal Diakkers kan zijn mond niet houden.

Wildschweine hebben een enorm scherp reuk- en gehoororgaan dus eigenlijk zouden we op pantoffels moeten lopen, maar ja… dat doen we thuis ook al.

Na een barre tocht komt in ieder geval der “innere Schweinhund” naar buiten!

Aanmelden bij het bestuur vóór 13 november via het E-mailadres van de Diakonadas: diakonadas@diak72.nl.

 De Diakonadas